Een feestelijke viering van de realiteitszin. In alfabetische volgorde.

Cultuur: Een verzameling ideeën, verhalen en gedragingen die ten onrechte de suggestie kunnen wekken dat er een specifiek goede manier is om dingen te doen. (angstreductie)
Documentaire: Een vorm van fictie waarin mensen zichzelf proberen te acteren, verwerkt op een manier die tegemoetkomt aan de behoeften van een doelgroep.
Documentairefotograaf: Iemand die is geoefend in het herkennen en vastleggen van sjablonen.
Dood: Niet bestaan.
Expressie De misvatting dat iets wat je maakt op de een of andere manier uit je innerlijk voortkomt.(*1)
Fatsoen: Gradatie van blindheid ten opzichte van je eigen motieven.
Filantroop: Iemand die het geld dat hij overhoudt niet anoniem doneert aan de belastingdienst (zoals de meeste mensen doen), maar het gebruikt om status en invloed te verwerven.
Geloofsgemeenschap: Vereniging van mensen die denken dat ze beter zijn dan andere mensen.
Geluk: Een overschatte staat van zijn, waarvan ten onrechte wordt gedacht dat je er realiteitszin voor dient op te offeren.
Goede smaak: Een vorm van oppervlakkigheid.
Hypocrisie: Het volkomen gerechtvaardigde vermogen om er voor jezelf andere regels op na te houden dan voor anderen.
Idealisme: Een gebruikelijke oorzaak voor onfris gedrag.
Journalist: Leverancier van versterking van het eigen wereldbeeld en dingen om te zeggen op feestjes.
Kanker: Een manier om dood te gaan -je moet per slot van rekening toch ergens aan dood gaan- en een uitermate geschikte krachtterm.
Kennis: Een vrij onnozel iets, tenzij het samenvalt met het vermogen om onafhankelijk te kunnen denken.
Kunst: Alles wat niet echt is.
Kunstacademie: Een plek waar je je afstand tot de realiteit leert vergroten.
Kunstenaar: Een onafhankelijk persoon, die zich op een volkomen oprechte manier bezighoudt met het bedenken (en soms ook maken) van dingen die geen nut hebben.
Kunstwerk: (1) Een ding dat geen nut heeft en dus maar even kan bestaan voor dat het verdwijnt of een functie krijgt. (2) Een machine om interpretaties te genereren.(*2) (3) De fysieke neerslag van een idee.(*3) (4) Een ding dat wijst naar de werkelijkheid. (5) Een ding dat wijst naar degene die het gemaakt heeft. (6) Een uitspraak over perceptie.
Leiderschaps ambities: Een vorm van ijdelheid die over het algemeen gepaard gaat met een complete ongeschiktheid om iets voor een ander te kunnen bepalen.
Leven: Een rottingsproces dat gegarandeerd eindigt in pijn, angst en vernedering.
Mensen: Een soort verhalen-verzinnende-apen.
Ondernemerschap: Iets op poten zetten om er beter van te worden, waarbij jouw winst meestal gelijk is aan het verlies van de ander.
Onderwijs: Het bewust manipuleren van (met name) kinderen, waarbij je niet zeker kunt weten in hoeverre er iets klopt van wat je zegt en het maar de vraag is of je er goed aan doet.
Onverschilligheid: De enige echt prijzenswaardige houding wat betreft huidskleur, seksuele voorkeur, omvang, etc
Ontwikkelingswerk: Het gebruikmaken van je positie ten opzichte van zwakkeren om je goed over jezelf te voelen.
Persoon: Iets dat gelooft een individu te zijn
Politiek: Een leugenachtige situatie rond het begrip macht, waar je maar beter zo min mogelijk aandacht aan kunt besteden.
Producten: De uitwerpselen van de kunst, ze ontstaan wanneer iets een functie krijgt en dus stopt kunstwerk te zijn.
Racisme: Iets natuurlijks.
Religie: Onredelijk geprijsde schijnoplossingen voor niet bestaande problemen.
Representatie: De gewoonte om afbeeldingen van dingen te gebruiken om naar die dingen te verwijzen, waarbij het afgebeelde en de afbeelding meestal met elkaar worden verward.
Sociale controle: De neiging om een esthetisch oordeel, of persoonlijke voorkeur te verwarren met een ethisch oordeel en daarin de rechtvaardiging vinden om de mensen om je heen te vertellen dat ze meer op jou moeten lijken.
Sociale Documentaire: De misvatting dat het zien van zielige zaken in verre landen er toe leidt dat er iets gaat veranderen aan die zielige zaken.
Tolerantie: De bizarre misvatting dat het op de een of andere manier lovenswaardig is wanneer een mens tegen een ander mens zegt ‘ik geef jou toestemming om te bestaan’.
Vakman: Iemand die iets maakt met de bedoeling van een ander.
Verantwoordelijkheid: Het woord dat machtswellustelingen gebruiken wanneer ze ‘macht’ bedoelen.
Volwassenheid: Conditionering.
Vooruitgang: Oplossingen voor problemen die er niet zouden zijn wanneer we niet steeds overal oplossingen voor zouden zoeken.
Werk: Iets waar je geld voor krijgt, omdat je het vrijwillig waarschijnlijk niet zou doen.

(*1)Roland Barthes (*2)Umberto Eco (*3)Oscar C. Danto

(updated:2020)